ROTOR MAN

Uit de serie Rotor

Making off van fotografie naar digitale kunst.

Van fotografie naar digitale kunst

Een werkelijkheid die verdergaat dan het moment van de foto

 

Mijn werk begint in de werkelijkheid.

Bij mensen die werkelijk voor mijn camera hebben gestaan. Bij plaatsen waar ik zelf heb gelopen. Bij voorwerpen die ik heb gevonden, landschappen die ik onderweg heb gezien en beelden die soms jarenlang in mijn archief blijven liggen voordat ik begrijp waarom ik ze ooit heb gefotografeerd.

Fotografie is voor mij daarom nooit alleen het registreren van een moment geweest. De camera is eerder het begin van een veel langere reis.

Ik verzamel met fotografie stukjes werkelijkheid. Een gezicht. Een lichaam. Een vliegtuigwrak. Een straat. Een verlaten plek. Een stilleven. Een kledingstuk. Een bepaalde lichtval. Soms weet ik onmiddellijk wat ik ermee wil doen, maar vaak ook niet. Sommige beelden moeten wachten.

Jaren later kan een foto die ooit op zichzelf stond ineens verbinding maken met een ander beeld, een herinnering of een idee.

Daar begint mijn digitale kunst.

Technologie speelt daarin een belangrijke rol, maar niet als vervanging van de maker. Ik zie technologie zoals een muzikant een versterker, een microfoon of een studio gebruikt: als gereedschap waarmee een idee verder kan worden ontwikkeld.

Een gitarist wordt niet vervangen door zijn versterker. Een zanger verdwijnt niet omdat hij een microfoon gebruikt. En een fotograaf houdt voor mij niet op fotograaf te zijn wanneer hij digitale technieken gebruikt om zijn oorspronkelijke beelden verder te transformeren.

De techniek voert niet vanzelf het idee uit.

Het idee moet eerst bestaan.

Mijn werk begint vaak lang voordat het kunstwerk bestaat

Een uiteindelijk beeld kan binnen enkele seconden bekeken worden, terwijl het ontstaan ervan soms jaren beslaat.

Mijn werk begint met reizen, observeren, fotograferen, verzamelen en archiveren. Ik zoek modellen, denk na over kleding, bezoek locaties en leg dingen vast waarvan ik op het moment zelf misschien nog niet begrijp waarom ze mijn aandacht trekken.

Dat vind ik een fascinerend onderdeel van mijn manier van werken.

Niet iedere foto hoeft onmiddellijk een bestemming te hebben.

Sommige beelden zijn als zinnen uit een verhaal waarvan de rest nog niet geschreven is.

Ze verdwijnen in mijn archief en wachten.

Soms maanden.

Soms jaren.

Totdat er ineens iets gebeurt.

Twee beelden die oorspronkelijk niets met elkaar te maken hadden, blijken bij elkaar te horen. Een persoon die jaren later wordt gefotografeerd past ineens bij een landschap dat ik tijdens een oude reis heb vastgelegd. Een vliegtuigwrak verandert van een documentaire opname in een symbool. Een kledingstuk geeft een bestaand beeld een totaal andere betekenis.

Op zo'n moment verandert fotografie in compositie.

En compositie verandert uiteindelijk in een eigen wereld.

Rotor

Een van de duidelijkste voorbeelden daarvan is mijn serie Rotor.

Rotor ontstond vanuit mijn fascinatie voor vliegtuigen, beschadigde toestellen en vliegtuigwrakken.

Tijdens reizen door Europa neem ik bijna altijd mijn camera mee. Reizen is daardoor voor mij niet alleen ontspanning, maar ook visueel onderzoek. Ik loop door een omgeving zonder precies te weten wat ik zal aantreffen. Ik observeer, fotografeer en verzamel.

Tijdens een van die reizen kwam ik een plek tegen waar verschillende vliegtuigwrakken lagen.

Beschadigde machines.

Toestellen die ooit gebouwd waren om op te stijgen en ergens aan te komen, maar uiteindelijk stil op de grond waren beland.

Ik fotografeerde ze.

Op dat moment bestond Rotor nog niet.

De foto's verdwenen na thuiskomst in mijn archief. Ik vond ze interessant en wist dat er iets in zat, maar ik had het verhaal nog niet gevonden.

Ongeveer drie jaar bleven sommige beelden liggen.

Toen veranderde mijn blik erop.

Een vliegtuigwrak was niet langer alleen metaal.

Het werd een metafoor.

Een vliegtuig wordt gebouwd met een bestemming. Het vertrekt omdat iemand gelooft dat het ergens zal aankomen. Wanneer zo'n toestel beschadigd en verlaten op de grond ligt, vertelt het ineens een totaal ander verhaal.

Over plannen.

Over ambitie.

Over verlies.

Over stilstand.

Maar misschien ook over herstel en opnieuw beginnen.

Vanuit die gedachte werd Rotor geboren.

Rotor Man

Binnen die wereld ontstond vervolgens Rotor Man.

Daarin combineer ik mijn fotografie van vliegtuigwrakken met fotografie van een menselijk model.

Dat model is geen fictief personage dat volledig door een computer is verzonnen. Achter het beeld staat een werkelijk mens dat voor mijn camera heeft geposeerd.

Het gezicht bestaat.

Het lichaam bestaat.

De kleding is werkelijk gedragen.

De houding is gefotografeerd.

Daarna begint een tweede artistieke fase.

Ik selecteer beelden, onderzoek composities, verander soms kleuren, corrigeer onderdelen en breng fotografische werelden samen die oorspronkelijk op verschillende plaatsen en verschillende momenten zijn ontstaan.

Dat proces fascineert mij omdat fotografie daarmee loskomt van het ene moment waarop de sluiter werd ingedrukt.

Een foto hoeft niet noodzakelijk het einde te zijn.

Hij kan materiaal worden.

Zoals verf materiaal is voor een schilder.

Zoals geluid materiaal is voor een muzikant.

Zoals woorden materiaal zijn voor een schrijver.

Het model voor de foto

Ook het fotograferen van een model beschouw ik als een wezenlijk onderdeel van mijn werk.

Een fotosessie betekent voor mij niet dat iemand eenvoudig voor een camera gaat staan.

Ik zoek naar houding, uitstraling, verhouding, karakter en licht.

Soms worden tientallen of honderden foto's gemaakt voordat dat ene beeld ontstaat waarin iets gebeurt wat moeilijk vooraf te plannen is.

Een bepaalde blik.

Een positie van het lichaam.

De manier waarop stof valt.

Een onverwachte spanning tussen kracht en kwetsbaarheid.

Ook styling maakt deel uit van die wereld.

Kleding wordt niet alleen gekozen omdat iemand iets moet dragen. Een jas, broek, schoen of accessoire kan mede bepalen wie iemand binnen een afbeelding wordt.

Het model wordt daardoor niet slechts gefotografeerd.

Hij wordt onderdeel van een beeldtaal.

Mijn digitale atelier

Na het fotograferen begint wat ik mijn digitale atelier zou kunnen noemen.

Daar onderzoek ik hoe ver een oorspronkelijk beeld kan worden gebracht zonder zijn oorsprong volledig te verliezen.

Ik gebruik beeldbewerking om elementen te combineren, achtergronden te veranderen, kleuren te corrigeren, storende onderdelen te verwijderen en verschillende fotografische werkelijkheden overtuigend met elkaar te verbinden.

Ook kunstmatige intelligentie kan daarbinnen een instrument zijn.

Niet als automatische vervanger van het oorspronkelijke beeld, maar als onderdeel van een bredere gereedschapskist.

Soms gaat het om iets heel kleins.

Een haarkleur.

Een kledingdetail.

Een achtergrond.

Een storende reflectie.

Een overgang tussen twee beelden.

Soms gaat de transformatie verder en ontstaat vanuit bestaand fotografisch materiaal een omgeving die in werkelijkheid nooit precies zo heeft bestaan.

Toch blijft de werkelijkheid voor mij het fundament.

Dat onderscheid is belangrijk voor mijn werk.

Ik vertrek vanuit iets dat ik heb gezien, bezocht, verzameld of gefotografeerd.

Daarna begint de verbeelding.

Twee werkelijkheden worden één

Een belangrijk kenmerk van mijn werk is dat beelden niet noodzakelijk op hetzelfde moment hoeven te zijn gemaakt om bij elkaar te horen.

Een foto van een model kan vandaag ontstaan.

Een achtergrond misschien drie jaar geleden.

Een object kan tijdens een reis zijn gefotografeerd.

Een bepaald idee ontstaat pas maanden later.

Digitale technologie maakt het mogelijk om die afzonderlijke momenten uiteindelijk in één beeld bij elkaar te brengen.

Maar technologie bepaalt niet welke beelden bij elkaar horen.

Die verbinding ontstaat in mijn hoofd.

Dat is voor mij een belangrijk onderdeel van makerschap.

Kijken naar een archief en ineens iets herkennen wat daarvoor nog niet zichtbaar was.

Begrijpen dat twee afzonderlijke beelden samen een derde betekenis kunnen vormen.

Op dat moment ontstaat iets nieuws.

Niet doordat het verleden wordt weggegooid, maar doordat bestaand materiaal opnieuw wordt gelezen.

Een archief van werkelijkheid

Door de jaren heen ontstaat zo langzaam een persoonlijk beeldarchief.

Mensen.

Gezichten.

Lichamen.

Kleding.

Eten.

Voorwerpen.

Straten.

Landschappen.

Machines.

Gebouwen.

Wrakken.

Nederland vormt daarin een belangrijk decor, maar mijn fotografie stopt niet bij de landsgrens. Tijdens reizen door verschillende Europese landen verzamel ik voortdurend nieuw beeldmateriaal.

Mijn archief is daardoor meer dan een verzameling bestanden.

Het is mijn visuele geheugen.

Soms open ik jaren later een map en zie ik een foto die ik bijna vergeten was.

Ik kijk er dan niet meer naar met dezelfde ogen als degene die de foto ooit heeft gemaakt.

Ik ben veranderd.

Mijn ideeën zijn veranderd.

Mijn techniek is veranderd.

Daardoor kan ook de betekenis van die oude foto veranderen.

Dat vind ik misschien een van de mooiste eigenschappen van digitale fotografie.

Een foto hoeft niet oud te worden op het moment waarop hij wordt opgeslagen.

Hij kan opnieuw beginnen.

Upcycle Art

Vanuit die gedachte experimenteer ik ook met wat ik Upcycle Art noem.

Daarbij staat niet het nieuwe beeld centraal, maar juist iets wat dreigt te verdwijnen.

Dat kan een oude print zijn, een beschadigd beeld of een werk waarvoor nauwelijks nog belangstelling bestaat.

Ik fotografeer zo'n beeld opnieuw en gebruik digitale technieken om er een nieuwe omgeving omheen te creëren.

Kleuren kunnen veranderen.

Een achtergrond kan verdwijnen.

De context kan worden gemoderniseerd.

Nieuwe elementen kunnen worden toegevoegd.

Wat ooit een afgesloten beeld leek, krijgt daardoor opnieuw ruimte.

Voor mij gaat Upcycle Art daarom niet over het wissen van het verleden.

Het tegenovergestelde.

Het gaat over kijken of iets uit het verleden opnieuw kan spreken.

Technologie wordt dan geen instrument om oud werk overbodig te maken, maar juist om het opnieuw zichtbaar te maken.

Erotische fotografische kunst

Ook erotische fotografische kunst vormt een onderdeel van mijn visuele interesse, in het bijzonder de fotografie van het mannelijke lichaam.

Daarin gaat het mij niet alleen om bloot of erotiek op zichzelf.

Het lichaam kan kracht, kwetsbaarheid, verlangen, schoonheid, afstand, intimiteit en identiteit uitdrukken.

Juist daarom vraagt erotische kunst om dezelfde aandacht die ik ook aan mijn andere werk geef.

Houding.

Licht.

Kleding.

Lichaamstaal.

Compositie.

Sfeer.

Het model moet niet simpelweg aanwezig zijn; hij moet onderdeel worden van de wereld die het beeld probeert op te roepen.

Wanneer ik een erotisch model bijvoorbeeld combineer met een vliegtuigwrak uit Rotor, worden twee totaal verschillende vormen tegenover elkaar geplaatst.

Het warme, levende lichaam tegenover koud metaal.

Beweging tegenover stilstand.

Kwetsbaarheid tegenover techniek.

Een mens die nog kan vertrekken tegenover een machine die ooit gebouwd werd om te vliegen maar dat niet meer kan.

Daar ontstaat voor mij beeldende spanning.

En juist in die spanning kan een kunstwerk meer worden dan alleen een aantrekkelijke afbeelding.

Kunst verandert omdat de wereld verandert

Mijn manier van werken staat voor mij niet tegenover klassieke kunst.

Integendeel.

Ik zie mijn werk als onderdeel van een lange ontwikkeling waarin kunstenaars steeds nieuwe instrumenten hebben gebruikt.

Schilders gebruikten pigment, penseel en doek.

Grafici ontwikkelden druktechnieken.

Fotografen ontdekten camera's, lenzen en donkere kamers.

Later kwamen digitale camera's en beeldbewerkingssoftware.

Nu leven we in een tijd waarin kunstmatige intelligentie opnieuw nieuwe mogelijkheden toevoegt.

De instrumenten veranderen.

Veel van de artistieke vragen blijven opmerkelijk hetzelfde.

Hoe bouw je een compositie?

Waar valt het licht?

Waar kijkt het oog als eerste naar?

Welke kleuren versterken elkaar?

Wanneer voelt een beeld in balans?

Wat laat je zien?

Wat laat je juist weg?

En vooral:

wat wil je vertellen?

Daarom interesseert de tegenstelling tussen oude en nieuwe techniek mij uiteindelijk minder dan de vraag wat een maker met zijn gereedschap doet.

Een penseel garandeert geen goed schilderij.

Een camera garandeert geen goede foto.

En kunstmatige intelligentie garandeert geen betekenisvol kunstwerk.

Het instrument kan mogelijkheden openen.

De maker moet kiezen wat hij ermee doet.

Kunstevolutie

Misschien bestaat volledige originaliteit uiteindelijk niet.

Iedere kunstenaar werkt binnen een wereld die al bestond voordat hij zelf begon.

Een schrijver gebruikt een taal die door duizenden generaties vóór hem is gevormd.

Een muzikant werkt met klanken, ritmes en structuren die anderen eveneens hebben onderzocht.

Een fotograaf kijkt bewust of onbewust naar fotografie, schilderkunst, mode, architectuur, film en de wereld om hem heen.

Originaliteit betekent voor mij daarom niet dat iets vanuit het niets moet ontstaan.

Originaliteit kan ook ontstaan uit verbinding.

Uit de manier waarop iemand bestaande elementen bij elkaar brengt.

Een persoon.

Een plaats.

Een herinnering.

Een fotografisch archief.

Een machine.

Een lichaam.

Een reis.

Een digitaal instrument.

Een idee.

Wanneer die elementen op een manier worden samengebracht die voortkomt uit een persoonlijke blik, ontstaat een eigen beeldtaal.

Ik zie dat als een vorm van kunstevolutie.

Niet het vernietigen van wat eerder bestond, maar het verder ontwikkelen ervan.

Mijn signatuur

Als ik mijn eigen werk uiteindelijk zou moeten samenvatten, dan begint het bij één woord:

werkelijkheid.

Ik verzamel werkelijkheid.

Met mijn camera.

Tijdens reizen.

Tijdens fotosessies.

Op straat.

In gebouwen.

Bij mensen.

Bij voorwerpen die anderen misschien voorbijlopen.

Daarna bewaar ik die werkelijkheid.

Soms jarenlang.

En wanneer het juiste moment komt, transformeer ik haar.

Mijn fotografie vormt daardoor tegelijkertijd document en grondstof.

Wat werkelijk bestond, kan uiteindelijk onderdeel worden van een wereld die nooit letterlijk zo heeft bestaan.

Precies daar ligt voor mij de kracht van digitale kunst.

Niet in het vervangen van werkelijkheid.

Maar in het opnieuw verbeelden ervan.

De camera verzamelt.

Het archief bewaart.

Mijn reizen leveren verhalen.

Mensen geven de beelden een gezicht en een lichaam.

Mijn gedachten zoeken naar verbindingen.

Digitale technologie helpt mij die verbindingen zichtbaar te maken.

Soms ligt tussen het eerste fotografische moment en het uiteindelijke kunstwerk slechts een korte periode.

Soms liggen er jaren tussen.

Maar uiteindelijk ontstaat steeds hetzelfde proces:

kijken, verzamelen, bewaren, verbinden en transformeren.

Dat is de wereld achter mijn beelden.

Dat is mijn manier van werken.

En dat is mijn fotografische en digitale signatuur.

Kilometers maken op de fiets voor één enkel beeld.

Het onstaan van het werk: Human nature, met echt eten en drinken, een echt stilleven.

Het opbouwen van een tijdelijke wereld met echte middelen en rauwe settings. Zonder manipulatie; puur de realiteit van het bos.

TE  RAUW

TE  DICHTBIJ

MIJN FOTOGRAFISCHE LOCATIES

Dagenlang zoeken naar de juiste stilte.

Een lege plek in het woud, wachtend op een verhaal.